Onze Kromsnavels
Welkom op onze site
Welkom op onze site

HomeContactOver onsOnze vogelsReisverhalenKweekverslagenFoto'sTe koopLinks
Australie, 30 september tot 24 October 2013.
Cairns - Musgrave - Cape york (Iron Range) - Normanton - Mt Isa - Townsville - Cairns





















In 2003 ben ik  de eerste keer in Australië geweest. Inmiddels is het de zesde keer dat ik dit prachtige land mag bezoeken. Het is ontstaan na kennismaking met Herman Kremer die destijds groepsreizen organiseerde  naar Australië.  Sindsdien gaan we met een vast vrienden/vogelclubje te weten: Herman Kemer, Roelie Boerema, Martha Storm en mijn persoontje Karin Hogerwerf.
We zijn allemaal vogelliefhebbers en hebben specifiek de voorkeur voor papegaaien en parkieten. Het blijft geweldig om deze vogels in hun natuurlijke habitat te kunnen bezichtigen.
Mijn grote wens is ooit de palm kaketoe in het wild te zien.
Toen mijn vogelvrienden en ik bij elkaar kwamen was het voor mij niet moeilijk om deze wens kenbaar te maken en te zeggen naar welk deel ik graag deze keer wilde reizen. Gelukkig dachten Roelie en Martha er precies hetzelfde over en vond Herman het geen probleem zodat we al heel snel op dezelfde lijn zaten.
Deze  keer was er nog een persoon bij, namelijk Jan Kroes, hij was eerder in Australië geweest met de club toen ik er niet bij was.
De palm kaketoe leeft in het uiterste noorden van Australië, Cape York.
Herman heeft al jaren contact met een Australische kennis die inmiddels een goede vriend is geworden. John Griffith is zijn naam, hij  neemt deel aan een project dat nauw betrokken is bij de palm kaketoe. Ze onderzoeken niet alleen hoe de leefwijze is van deze kaketoe maar ook hoe ze deze vogels het best kunnen beschermen.  Helaas zijn er stropers op de kust die geld ruiken en het ei of jong uit de nesten halen om voor veel geld te verkopen aan handelaren.
Na veelvuldig mail verkeer tussen Herman en John is afgesproken dat John vakantie dagen zou opnemen en met ons de hele reis  zou meegaan. Vanwege zijn werk moet hij regelmatig naar Cape York en blijft dan enkele dagen in zijn eentje in de buitenlucht. Dat kan daar makkelijk omdat het ook 's nachts een aangename temperatuur is.
Hij woont in Gordonvale, dichtbij Cairns. Om naar Cape York te gaan moet hij zo,n slordige 900 km rijden maar voor een Australiër is dit een kleine afstand. Met z'n vrouw gaat hij soms een lang weekend naar Cape York  terwijl de diesel er niet goedkoper op is geworden. Of het gelukt is om de palm kaketoe te zien zal ik beschrijven maar eerst het begin van onze reis.
Een dag voor vertrek de koffer gepakt die zelfs niet eens geheel vol was. Het wordt na zoveel ervaring steeds makkelijker te weten wat je moet meenemen. Overal kan je kleding wassen en ik wil vanuit Australië graag wat souvenirs in de koffer hebben zodat ik ruimte moet houden.
Zolang je de belangrijke papieren maar niet vergeet kan er niets mis gaan.
De nacht bij mijn zwager en schoonzus geslapen omdat ze dicht bij Schiphol wonen, dan ben ik al dicht in de buurt en ben ik door mijn schoonzus naar Schiphol gebracht. Mijn vogelclub was ook gearriveerd dus eerst de koffers kwijt en koffie drinken. Voor  het eerst met de KLM gevlogen naar Osaka.  Na een goede vlucht kwamen we in Japan aan maar daar viel het bitter tegen. Weinig winkels te bezichtigen en lange wachttijd tussen de vlucht. Wel werden we door twee geisha’s getrakteerd op Sake - een nationaal drankje- dat ik enorm vies vond. Maar ja, een gegeven paard kijk je niet in de bek en uit het houten bakje neem je een slok om het daarna in de wasbak bij het toilet weg te gooien.
Met wat lezen, rusten, koffie drinken zijn we de 12 uur tussentijd doorgekomen.
Via Jetstar  kwamen we s,morgens om 5.00 uur in Cairns aan waar John ons stond op te wachten. Hij reed ons voor naar Sunland Leisure Park waar we alle tijd hadden om te acclimatiseren.
John moest deze dag nog werken en zou de volgende dag ons komen halen voor Cape York. Eerst besproken hoe we alles konden regelen want in Cape York is echt helemaal niets. Boodschappen en vlees - vacuüm verpakt moesten we voor een week mee nemen. Dat is even puzzelen wat je voor zes personen nodig hebt. De plaatselijke slager is daar een uit de kluiten gewassen kilo knaller.
John heeft eskies  zodat het vlees onderweg prima bewaard blijft, dit zijn kunststof boxen met ijszakken erin te vergelijken met de koelboxen van ons maar dan veel groter.
De volgende dag waren we allen vroeg wakker om op tijd te gaan rijden.
Eerst nog verharde weg vanaf Cairns maar dat veranderde naar stenen, kuilen en rode wegen die af en toe net de achtbaan was, hoog en laag.
Het was nu een periode zeer droog geweest zodat het overal makkelijk berijdbaar was, ook in de diepste delen van de weg waar vaak veel water in staat en je moeilijk door komt. We hadden expres al een 4 wiel drive auto want anders kom je helemaal niet ver.  Eigenlijk wel jammer dat we geen halsbrekende toeren moesten uithalen maar aan de andere kant prettig omdat de wegen ook vaak afgesloten zijn als het hoog water is en je dan het gebied niet inkomt.






































De tussenstop is Musgrave.  Dit is de enige overnachting voor het hele gebied waar ook vaak vrachtwagen chauffeurs verblijven voor één nacht. Het is maar goed dat Herman dit vanuit Nederland al geregeld had. Zo'n  40 km vanuit Musgrave  heeft de goudschouder zijn habitat. John wist via een vogelkennis Sue Shepherd waar de goudschouder verblijft, we zijn bij haar geweest maar Sue was er niet, even naar haar dochter in Sydney.
De goudschouder hebben we die dag ook niet gezien en de volgende dag was het tijd om door te rijden naar het noorden.
Iron Range national park was de bestemming om  vijf dagen te blijven. Dit gebied is vrijwel niet bevolkt, Green Hoose is één van de weinige vakantie verblijven die te huren is,  daarom is het raadzaam om vanuit Nederland dit al te regelen.  Herman had dit  van tevoren al gereserveerd.  Het bestond uit een keuken voor gezamenlijk gebruik waar ook de verhuurders van gebruikten en losse cabins om in te slapen. Schoonmaken had de verhuurster niet vaak van gehoord want het was erg vies, als s,nachts de airco uit was voelde je overal beestjes in de slaapkamer en het stonk muf. Er lag vloerbedekking op de vloer wat ook al niet fris  was. Daarbij moesten wij als toeristen meer betalen dan John, dat is uitbuiten waar Herman totaal niet over te spreken was. Maar goed, met enige discussie kreeg hij korting voor ons en we konden toch niets anders dan het te aanvaarden. Later zei de verhuurster dat - ondanks de cabins al op palen stonden -  het water halverwege is geweest, dit verklaarde waarschijnlijk de muffe/benauwde lucht. Zelf hechtte ze ook weinig waarde aan luxe want waar zij woonde kan ik het best vergelijken met een garage waarin veel troep  geborgen is. Het was heerlijk weer dus we hebben veel buiten gezeten. En…… de rest heeft alles goed gemaakt, want Green Hoose is dichtbij het regenwoud waar prachtige vogel geluiden te horen zijn. Door de dichte bebossing zie je de vogels helaas niet. Maar langs een doorgaande weg (waar weinig verkeer is) is de Hilton boom.  Deze boom wordt genoemd naar het Hilton hotel omdat deze zeer geliefd is om in te broeden. Een koppel Geelkuiven, een koppel Lorikeets en maar liefst twee Edel poppen hadden hier hun nest in.















Stoeltje aan de overkant van de weg en genieten wat je ziet. Elke dag komen tegen de avond  de edels uit het nest en beginnen te roepen naar de mannen. Een bekend hoge fluittoon die ik herken van onze eigen edels. Dan duurt het even maar zie -en hoor je vooral eerst-  verschillende mannen  rondvliegend om bij de pop te landen en te voeren. Altijd aan de achterkant van de boom, soms zo dik achter de takken dat je alleen maar het voeren hoort. Daarbij hoorde je ook de jonge vogels in het nest, zij reageerden weer op het hoge fluittoontje van moeder. We hadden het geluk om zelfs twee vechtende mannen te zien voor de nest ingang. Je moet trouwens erg snel zijn met de camera of video want de pop duikt vliegensvlug het nest in en komt er dan niet meer uit. Als er voor de mannen niets meer te doen is verdwijnen ook zij geheel uit beeld. Elke dag zijn we in twee groepjes gaan kijken want als je met zes man staat te wachten is het veel te druk voor de vogels en willen de mannen niet komen voeren. Het andere deel van de groep ging dan op zoek naar de palm kaketoe en wisselden we dit af. We zijn erg blij met onze vriend John die absoluut goede plekken weet waar de vogels zijn. Onderweg zijn we andere vogelliefhebbers met gids tegengekomen maar zij hebben hier fors voor betaald.  John vertelde dat toeristen vanuit Cairns  kunnen boeken voor een birdwatching reis naar Cape York met een gids die minder weet dan John. Voor die reis betaald de toerist zo,n slordige 9000 Australische dollars, alles inclusief,  dat dan wel. Voor "onze” John is het allemaal liefhebberij, hij geniet van onze blije gezichten en wil niets liever dan ons plezieren.
De volgende dag gingen we eerst naar de zee, lekker uitwaaien waar overal borden ter waarschuwing staan  om niet te zwemmen, zelfs hier zijn krokodillen. Terug reden we via Lockhard River.  Het enige dorp in de buurt waar alleen  Aboriginals wonen. Dit is duidelijk zichtbaar aan de oude autowrakken die nooit weggehaald worden en afval wat geloosd is. Hier is een winkel waar het niet goedkoop is maar de enige keuze binnen het grote gebied. Toen ik van deze winkel een foto wilde maken werden de mensen boos. No pictures!  Ze zijn bang voor foto's omdat ze geloven dat je door het maken van een foto een stukje van hun geest meeneemt.
Omdat het voorpand uit mooie Aboriginal tekeningen bestond heb ik de foto toch bewaard, de mensen stonden op de achtergrond.
Terug naar het regenwoud liet John ons bomen zien waar de edels in broeden, vaak hoge kale bomen met dikke stammen.  Er stond een duidelijk herkenbare afgebroken kale stam waarin de geelkuif zat te broeden. Ik had een keer geluk dat hij /zij net uit het nest vloog wat een mooi plaatje opleverde.















Dicht daarbij was een nest met de Edel papegaai maar dat viel voor ons niet mee om te vinden. John had al eerder deze boom aangewezen, hij wist het meteen te herkennen. Achteraf hoorde ik dat ze vanuit het palmproject bomen markeren om te herkennen of in de omgeving een teken hangen waar vogels broeden. Toch was het weer duidelijk toen hij ons de boom aan wees. Op dat moment was de edel niet te zien. Het werd tijd om terug naar Green Hoose te gaan en een lekker borreltje te nemen voordat Roelie weer een heerlijke maaltijd zou bereiden.
Als iedereen al slaapt schrijf ik op mijn gemak wat ik die dag heb beleefd. Dat was ook nu het geval en toen ik naar mijn cabine ging  was de deur op slot. Met geen mogelijkheid kon ik naar mijn bed. Wat nu? Dan maar in de keuken op de vieze bank liggen, van slapen kwam dus niets terecht. Rond twee uur ging Shirley (de verhuurster) naar het toilet en zag me liggen, ze heeft de sleutel gehaald van de cabin waardoor haar man en honden ook wakker werden. Veel geblaf, dus dacht ik nou is iedereen wakker,  tja dat heb ik weer.   Ze zei dat het weleens meer is gebeurd dus ik mocht de sleutel wel houden. Daarna ben ik een paar keer wakker geweest, het was me het nachtje wel.
Iedereen stond al vroeg klaar om op pad te gaan de palmkaketoe te begroeten.
Richting Portland road is een open plek waar John eerder palm kaketoe’s heeft gezien.  Herman en Martha werden door John bij een nest van de palm kaketoe gebracht. Roelie, Jan en ik zaten bij de open plek een uur te wachten maar we zagen niets. In de verte hoorden we een vaag geluid maar dat was alles, totdat John naar ons kwam rennen en vertelde dat dit de palmkaketoe was. Tja, toen kwamen we wel in actie, over verbrande grond, langs scherpe takken en bladeren richting het geluid rennen. Hoewel het ver kijken was leek het erop dat de palm zat te drummen. Daarbij  heeft hij een klein takje in zijn poot en slaat hiermee op de stam om een vrouwtje te lokken. Een hoog fluitend geluid waarbij hij de vleugels spreid en zijn kop naar voren doet afgewisseld met krek-krek-krek.
Het is een geluid wat ik helemaal niet bij zo’n vogel verwacht had. In levende lijve zijn ze nog mooier dan ik vanaf een foto had gezien. Wat een prachtige kuif!














Helaas was het moeilijk te filmen omdat ik hem niet kon lokaliseren.
Herman en Martha hadden helaas minder succes want net toen de vogels op het nest wilden komen kwam John aangerend en lieten ze zich niet meer zien.
In ieder geval was het voor ons een mooi begin.
Terug zijn we langs het strand gereden en het verblijf bekeken waar John, Martha, Roelie,  en Herman  in 2009 zijn geweest. Bij die reis waren Jaap Geuze en Herman Jansen mee. Portland is een veel mooier huis dan Green Hoose maar was nu bezet.Nog even langs de boom van het edelnest maar er kwam niets te voorschijn. Aan het eind van de middag wilden we een herkansing, dus op weg naar “het Hilton”. Herman en Martha werden wederom elders afgezet door John om een nest te bekijken waar de palmen in broeden. Wij hadden nog maar net de stoeltjes en foto/film apparatuur geïnstalleerd of we hoorden het geschreeuw van de Geelkuiven en Edel - mannen al vanuit de verte dichterbij komen.
De vrouwtjes kwamen het nest uit om zich te laten voeren. Dit was het geluksmoment waarop later de Edel mannen voor het nest aan het strijden waren, echter halen ze het niet in hun hoofd om het nest in te gaan.  Juist op dat moment was de batterij van de foto camera leeg en een nieuwe had ik niet bij me, gelukkig is het op de film wel gezet. Toen we van alles genoeg hadden gezien liepen we heel tevreden terug naar de auto, en juist zagen we nog net tien meter van ons vandaan een palmkaketoe weg vliegen, ja als je alles van tevoren weet………………
Helaas hadden Martha en Herman weer niet veel geluk gehad zodat we sowieso besloten  de volgende dag het opnieuw bij de open plek te proberen.
Hoewel het dezelfde tijd als gisteren was dat we bij de open plek aankwamen en toen een uur moesten wachten op de palm kaketoe,  waren we nu te laat. We zagen drie palm kaketoe,s voorbij vliegen en lieten zich toen lange tijd niet zien of horen.
Na lang wachten met koffie pauze besloot John ons bomen te laten zien waarin de palm kaketoe kan broeden. Vanuit het  project hebben Christien en John  verschillende observaties gedaan wat het gedrag is van de palm. Gewoon heel lang wachten bij een nest voordat er iets gebeurd en dan het gedrag van de vogel opschrijven. Onderweg het bekende krek-krek-krek geluid en niet lang daarna zat er eentje bovenop een tak, helaas had John gezegd dat we de camera niet hoefden mee te slepen, daar had ik weer spijt van. Maar goed, toch wel mooi gezien. ‘S middags in het regenwoud gelopen, aangenaam koel bij 33 graden en een grote vleermuis zien slapen.















Ze worden vliegende hond genoemd. Het is dat John ons hierop attendeerde want je zou er  onder lopen zonder dit door te hebben. Veel mooie vogel geluiden gehoord maar het is zo dicht begroeid dat het niet makkelijk is vogels te zien. Toch mooie natuur en grote bamboe struiken gezien.  Ook een Billabong (stilstaand water) waar volgens John krokodillen in kunnen zitten, nou zei hij dat vaker wellicht om ons bang te maken, maar gezien er veel sporen van wilde zwijnen in de modder zichtbaar waren zou dat nu best kunnen. In dat ondiepe vuile water is het echt niet te zien of er een krokodil in zwemt.
Ik vind het fijn een tijdje te wandelen anders zit je maar te zitten en ondanks dat het vakantie is,  ben ik gewend in beweging te zijn.
De volgende dag werd de laatste kans voor ons om de Palm  kaketoe te kunnen zien. Dus op naar de open plek. Op de heenweg rook het naar vuur en zagen we een kleine bosbrand. Bij aankomst hoorden we luid Geelkuiven schreeuwen. Ieder zette zijn stoeltje neer op het parkeerterrein maar ik wilde weten waarom er zoveel paniek was onder de Geelkuiven.Toen ik in het bos rustig stond te luisteren naar dit lawaai hoorde ik dichtbij krek-krek-krek. Natuurlijk trok dit meteen mijn aandacht en weldra de video aan want de Palm kaketoe spreidde mooi de vleugels  als hij zijn hoge fluittoontje liet horen. Verderop waren nog meer Palm kaketoe’s. Ik zag duidelijk de communicatie naar elkaar want ze fluiten naar elkaar terug. Wat een kuif en rode wangen! Van dichtbij weet ik zeker dat dit de mooiste kaketoe is van Australië. Dit alles genietend in mij opnemend hoorde ik John op de achtergrond aankomen, net toen de vogel beter zat voor een foto. Helaas is dan het schouwspel min of meer voorbij. Maar ik kon er wel zeer tevreden mee zijn, vooral te weten dat bij de vorige reis de groep zoveel moeite had om de palm te zien. Dat is echt de verdienste van John zijn project. Momenteel zijn ze nesten aan het uitzoeken waarin de palm kan broeden, dmv spiegels bovenaf te houden zien ze op de bodem fijngemaakte stokjes. Deze tijd in het seizoen hebben de vogels nog geen eieren.  Ze leggen altijd maar 1 ei. En ze kunnen meer dan 10 jaar erover doen om zich voort te planten. Daarnaast zijn anderen  - niet vogelliefhebbers - die eieren  uit de nesten roven om grif geld te verdienen waardoor het voortbestaan van deze prachtige vogels niet gegarandeerd is. Uiteindelijk besloten we om terug te rijden. De brand van de heenweg was nu flink aangewakkerd door de droogte, indrukwekkend hoe snel dit gaat en de hitte te voelen.












De laatste middag naar "Hilton”  om maar niet genoeg te krijgen van het edel nest. De volgende dag zouden we Cape York verlaten en terug naar Musgrave rijden, op zoek naar de Goudschouder - parkiet.
Deze dag kwamen we om 14.30 uur aan in Musgrave.  Even alles uitpakken en terug rijden waar de goudschouders zouden moeten zijn. John zette ons keurig in een stoeltje neer langs de weg en ging hij rond kijken, als hij ze zag zou hij ons roepen. Was het dan zo gemakkelijk?
Aangezien we allemaal weinig geduld hebben gingen we toch maar zelf rondkijken. Toen John ons wenkte zagen we er net drie weg vliegen. Even later kwam een groep van 10 personen - die fors betaalden voor de bird watching reis - te kijken richting onze kant. Dat konden we nu wel vergeten om de goudschouder te zien.
Deze dag was het 38 graden, lekker met een windje erbij.  Volgens Herman is het in Mount Isa nog warmer, kunnen we alvast wennen.
De volgende dag weer vroeg op weg naar dit gebied terug maar wederom niets te zien. De Lorikeets en Figbirds lieten zich wel goed filmen en foto graveren.
Na het ontbijt zijn we naar een kennis van John gereden. Zij (ook al Sue genoemd) kweekt Gouldamadines en als de jonge vogels oud en zelfstandig zijn geeft ze de vogels de vrijheid. De kweek koppels blijven in de volière. De jonge vogels blijven zo’n drie weken in de buurt en eten vanaf de voerplaat. Daarna zijn ze voorgoed uit zicht. De vogels kunnen zich in de vrije natuur makkelijk handhaven want er is genoeg voer te vinden. Echter hebben ze ook vijanden zoals de groene kikker.
Daarna nog wat rond gereden en bij een pool kleine tropische vogeltjes gezien.
Kraanvogels waren niet ver van de pool vandaan. Een grote groep Rosé- kaketoe’s vloog voorbij. ‘S  middags een tijdje gerust en toen opnieuw naar de goudschouder plaats gereden. Ieder ging zijn/haar weg tot plotseling John enthousiast begon te roepen. Dat leek best ver en was aan de andere kant van de weg. Toen ik die richting liep zag ik wat groens overvliegen en ging ik hier maar achteraan.  Onder het prikkeldraad door zag ik ineens drie goudschouder parkieten rustig in een boom, heel dicht bij me. Helaas was het nu erg bewolkt en daardoor donker op de foto. In een boom verder zat een grote groep van 20 vogels rustig te suffen. Hier kon ik heel lang van genieten. Ondanks de donkere achtergrond heb ik het toch aardig op de film kunnen vastleggen en daarbij totaal vergeet hoe snel de tijd gaat  waardoor de anderen lang  op me stonden te wachten.
Weer een poging wagen op de volgende dag maar voor mij viel dit erg tegen. Martha heeft er alleen achteraan kunnen rennen, Herman had meer geluk, hij heeft mooie foto’s kunnen nemen totdat hij gestoord werd. Toen vonden we het allemaal wel welletjes en hebben ‘s middags in de buurt van het verblijf rond gekeken. Bijzonder dat de rivier nu gortdroog is en in het "wet season” voor overstroming zorgt. 












Achter het hotel is een grote pool waar je niet in kunt zwemmen want dat doen kleine krokodillen. Twee zoetwater krokodillen die je net met de bek boven het water ziet, bewegen zich nauwelijks.  Prachtige vlinders vliegen in het rond. In de verte Roodstaart - kaketoe’s gehoord en net te laat voor een mooi koppel roodvleugels parkieten. Dit is het eind van Musgrave voor ons want we rijden morgen terug naar Cairns , weer een lange rit zodat we al om 5.45 uur vertrokken.
Onderweg veel dode kangoeroes en zelfs twee dode koeien gezien waar roofvogels zich tegoed aan doen. In Cairns de 4 w drive na schoonmaak (warempel de auto is wit ipv rood) ingeruild voor een bus van 10 personen die Herman vanuit Nederland al besteld had. We moesten nog iets bij betalen omdat we meer dan de toegestane km limiet hadden gereden. In deze tien dagen 2300 km.
Daarna naar Gordonvale, waar John woont want het weekend zou hij bij zijn vrouw blijven om maandag  weer met ons mee te gaan in ons tweede deel van de reis. De trots van John is zijn koppel Roodstaart - kaketoe’s die hij uit de natuur gered heeft en tam gemaakt. Ze zijn al ouder dan 30 jaar maar hebben nooit voor nageslacht gezorgd. Na een “heerlijk” Australisch bakkie koffie nescafe namen we afscheid van John en Norma. Met de bus door de slingerende bergen is ook weer een belevenis. Tableland is totaal anders dan Cape York. Hier is alles veel groener en ruim,  geen regenwoud maar weiland en de eindeloze gravel road is gewoon asfalt.  Het is hier veel meer bewoond en koeler. Vooral ‘s avonds koelt het flink af en heb je een vest nodig. Bij het caravan park Malanda falls zijn schildpadden en het vogelbekdier. Hier is ook een mooie waterval, iedereen kan hier vrij in zwemmen.
Herman wilde ‘s morgens vroeg kijken waar hij bij een vorige reis  Pennanten had  gezien. Natuurlijk wilde iedereen mee of de Pennanten nog steeds op die plaats zijn.
Onderweg zag hij een groep in lage struiken eten van de bloesem. Het was maar goed dat we hiervoor hadden gestopt want waar ze anders gezien waren was nu niets.

















Daar waren wegwerkzaamheden. Enkele grote groepen kraanvogels gezien op diverse plaatsen. Zelfs een kleine snuffelmarkt in Atherton bezocht wat de heren minder waardeerden dan de dames. Leuk is dan dat je altijd gevraagd wordt waar je vandaan komt. ‘S  middags zijn we bij de schildpadden geweest, met korstje brood voeren komen ze meteen naar boven. In het woud zijn enorme bomen, zeer hoog en dikke stammen, volgens het visitor centre  komen maar op twee plaatsen in de wereld boomkangoeroes voor waar Malanda er één  van is.  Die Boomkangeroe hebben we opgezet gezien in het visitor centre maar niet in het forest.
John had voor ons geregeld dat we door zijn vriend in Ravenshoe waren uitgenodigd om te kijken naar zijn vogels. De vogels uit de omgeving voert hij altijd en daar komt meestal heel wat op af.
Zelf had hij o.a. twee prachtige koppels Koningsparkieten.
Toen we zaten te genieten van al het lekkers dat de gastvrouw had gebakken zagen we kleine tropische vogeltjes, grote Geelkuiven, en Lori,s, één was  zelfs zo mak  dat hij het brood van de tafel af pakte.  De gastheer zei dat er soms wel honderd koningsparkieten in de tuin vliegen, nou dat geluk hadden wij niet want we zagen er geen. Net toen we richting huis wilden kwam de blauwwang rosella, eerst op een kale tak en daarna etend op de grond. Herman kreeg een dvd met 100 soorten vogelgeluiden. Als dit geen gastvrijheid is?  We waren tenslotte wildvreemd, maar het motto van hun was: Als het vrienden van John zijn moeten het wel goede mensen zijn, tja dat is wel vertrouwd. Op de terugweg waren we voldaan van al het lekkers en hetgeen we gezien hadden.
Maandag weer vroeg uit de veren omdat John al om zes uur bij ons zou zijn.
Nadat we Tableland hadden verlaten was de weg eentonig, rechtuit met hobbels en bomen… bomen… en  bomen. Onderweg een paar keer gestopt want John wist plaatsen waar vaak vogels zijn. Zo kwamen we een pool met vele Roodstaart - kaketoe’s tegen. Een koppel met een roepend jong bleef rustig in de boom want ondertussen was het toch al  zeker zo,n veertig graden. Prachtig grote roofvogel die de rest van een kangoeroe aan het nuttigen was. Helaas vliegt hij dan meteen weg als we langs rijden. Toen we in Normanton aankwamen was er een heerlijk zwembad in het caravanpark waar we graag gebruik van maakten.
In het dorp is een standbeeld van een krokodil die 8.63m is ooit geschoten door een vrouw. Of het allemaal waar is weet ik niet maar het is wel knap nagemaakt.














De volgende dag is naar Mount isa. Onderweg regelmatig gestopt, de 1e stop was vijf bonte lori’s  maar die zijn zo beweeglijk dat het niet is vast te leggen.  2e stop nog meer bonte lori’s en geschetter. John zag budgies (de grasparkiet) overvliegen en Martha had het geluk ze ook te zien maar dat was verder alles. Budgies is echt een geluk als je die vindt want ze vliegen over het hele land. Ondanks dat het nog maar 9.00 uur is zijn de vliegen enorm vervelend en staat de zon flink te schijnen. Dan is het nog een slordige 500 km rijden. De bus lust wel een slokje 1:8 rijdt hij ongeveer en de benzine is flink duurder geworden.  Het caravan park wat Herman vanuit Nederland had geboekt viel enorm tegen. Ondanks dat het mooi aangeprezen werd was het vooral voor werklui bedoeld. Erg oud zonder kookgelegenheid en vies. Gelukkig was er nog niets betaald en heeft Herman een ander park geregeld. Sunset was veel mooier en nog goedkoper ook. Tevreden met een lekker borreltje maakten we plannen om de Cloncurry parkiet te gaan zoeken.
Dat lukte de volgende dag om 6.30 uur al op weg naar de golfbaan.
Wachtend op goed daglicht zagen we de vogels op de grond aan het eten. Lastig voor goede foto,s omdat ze dan weer in de schaduw zitten.
‘S  avonds een herkansing gewaagd waar een groep van ongeveer veertien vogels te zien was. Volgens de kenners zat er zelfs een mutant bij.
Dichtbij de golfbaan zijn ook mooie rood vleugels die hier elke dag komen.
Eerst in  dezelfde boom en later op het gras drinken omdat hier altijd gesproeid wordt. We werden op onze wenken bediend.
Nadat we allen genoeg op de film en foto hadden reden we door de outback. Lange smalle asfalt weg met rood grint ernaast, niets anders dan boompjes en koeien die in de zinderende hitte staan en niets te eten hebben. Ze zijn broodmager. Soms wat rotsen te zien en dat kilometers lang. Opvallend was dat in een boom verschillende afgedankte fietsen waren opgehangen. Je vraagt je toch af hoe dit tot stand is gekomen.














Bij een klein waterpoeltje hoorden we zacht piepend vogel geluid en met enige moeite was er een groep van ongeveer dertig zebra vinkjes te zien. Nadat we een paar uur in the "middle of nowhere” hadden gereden besloten we terug te gaan omdat de volgende dag ook een autorit van ongeveer 700 km voor de boeg stond. Aan het eind van de middag hebben Jan en ik ons vermaakt met de vogels in de buurt. Een klein riviertje grensde aan het caravan park en was het vooral de water vogels die onze aandacht hadden.
Eenden, zwarte zwanen, aalscholver, reiger en steltlopertjes, het zijn de vogels die we in Nederland ook vaak zien maar toch was het wel weer eens wat anders dan de parkieten. Roelie, Martha, John en Herman waren opnieuw bij de golfclub geweest om de roodvleugels en de Cloncurry’s nog eenmaal te zien. Ook zij waren tevreden dus genoeg reden om weer de volgende dag verder te reizen. De eerste tijd van de rit is alleen droogte en koeien die staan te verhongeren in het verdorde gras. Heel af en toe een tegenligger of een roadtrain komen we tegen. Roadtrain is een lange vrachtwagen die vanwege de lengte alleen rechtuit kan rijden. Dit is zeker niet het mooie deel van Australië. Er lag op een groot traject de spoorrail naast de weg en twee keer zagen we een lange vrachttrein voorbij komen. Toen na uren rijden meer bomen het landschap opfraaide kwam het gevoel van de bewoonde wereld terug en kwamen we aan in Charters Towers. Hier huurden we een cabin in het caravanpark big 4. Dit is altijd goed. Big 4 heeft vakantie woningen te huur voor groepen en deze zien er altijd zeer netjes uit. Een vriend van John had ons uitgenodigd zijn vogels te bekijken. Het was een echtpaar die beiden van hun pensioen genoten en alle tijd besteden aan de vogels want ze hadden maar liefst 94 volières. Steeds weer wat opgebouwd want van enige organisatie in de hokken was geen sprake. In Nederland zou zoiets keurig op rij staan maar hier was alles zo,n beetje door elkaar.Erg veel grasparkietjes, (de lieveling vogels van de vrouw) neophema soorten, grote geelkuif, naaktoog kaketoes, barraband, cloncurry's, princes of wales, valkparkieten en twee inca's die jonge hadden, een koppel koningsparkieten waarvan de man zich elk seizoen kaal plukt als het broedseizoen begint en de pop niet bevrucht. De eigenaars waren erg aardig en wilden graag uitleggen bij welk vogeltje de ouders hoorden maar op een gegeven moment vonden we het toch wel genoeg en bedankte hen vriendelijk voor de gastvrijheid.
















"Thuis” er een lekker borreltje op genomen om nog even door te kletsen dat de hobby zo anders ervaren wordt dan bij ons.
Morgen gaan we naar Townsville en bezoeken hier ook andere kwekers.
Na een rit van maar 120 km kwamen we in Townsville aan. Herman had een mooi caravanpark in gedachte dat tegenover Magnetic island ligt maar helaas was dit vol geboekt. Magnetic island ben ik eerder geweest en alle herinneringen komen dan meteen terug. Ik vond het daar prachtig maar nu was er geen tijd om er opnieuw naar toe te varen. Na een telefoontje was er plek bij een  big 4 caravanpark.  We kregen een gloednieuwe eco villa voor zes personen. Zelfs de glazen moesten nog geleverd worden en dit tegen een zeer redelijke prijs. Ongeveer 32 euro p.p. als je deze luxe vergelijkt met Green Hoose dan weet je hoeveel misbruik ervan wordt gemaakt als er geen concurrentie is in de accommodatie. ‘S middags naar een natuurpark gereden maar helaas was hier pas brand geweest en zijn de vogels gevlucht, wel een prachtige bijeneter liet zich zien. Daarna langs de zee naar de botanische tuin. John wist goed de weg en liet ons Townsville zien, mensen die heerlijk aan het kite surfen waren op zee of in het park relaxen. Wat heerlijk toch als het altijd mooi weer is en je die gelegenheid hebt. De botanische tuin was prachtig, hier waren een paar volières opgezet voor publiek en zaterdag is wedding day. Vele bruidsparen geven hier hun ja woord, traditiegetrouw heeft elk paar volwassen bruidsmeisjes. Een paar kwam in oude auto,s aangereden. Leuk om te zien hoe men hier trouwt in de open lucht.
John liet ons verder het centrum zien en daarna zijn we naar een andere vogelvriend gegaan. Een vrijgezel die vanwege een oud hersenbloeding wat moeilijker te verstaan was. Het stond hier minder door elkaar maar hij had niet zoveel vogels vergeleken met het echtpaar.
Een koppel Koningsparkieten had jongen in een volière van ongeveer 4 meter lang, 1.50 m hoog en  in een blok van 30 x 30 bij 60 hoog ongeveer zo groot als mijn barraband blok. Ik sta er versteld van omdat mijn ervaring met de koning zo moeizaam is en na vijftien jaar nog steeds geen jong op stok heb.
Hij voerde katjang -geweekt in heet water, volgende dag uitgespoeld en nat gegeven - de boon heeft amper de tijd om te kiemen maar de vogels zijn er gek op. Als de vogels jongen hadden kregen ze wortel, appel, selderie, bleekselderie, stuk mais en brood extra. Verder heb ik alleen zaad en zonnepitten op de voerschotels gezien. Hij haalde wel elk seizoen de broedblokken weg om onbevruchte eieren te voorkomen. De verzorging was  heel anders dan het echtpaar van gisteren. Morgen gaan we naar nog twee vrienden van John om  meer verschillen te ontdekken.
Opnieuw er vroeg uit en op weg naar de kweker. Hij had de hokken op palen gebouwd zodat de slangen er niet bij kunnen. Dit doen veel kwekers om slangen te weren. De kweker vertelde dat hij gisteren nog een python had gevangen. Jammer want dit had ik wel willen zien, hij heeft daar een speciale haak voor.
Van alle keren die ik in australië ben geweest heb ik maar drie keer een slang gezien, eentje kronkelend, eentje zwemmend en eentje dood op de weg.
Het dak van de volière is vastgezet want het kan hier flink stormen. Een windhoos van 240 km per uur komt hier regelmatig voor.
Ook hij had steeds iets bij gebouwd maar de vogels hadden wel meer ruimte en van alles wat zoals koningsparkieten, lori,s, muisparkieten, pyrrhura’,s en een tamme edelman in hand opfok. Edelpapegaaien kwekers schijnen in Australië meer problemen te hebben in het grootbrengen van de jonge edelpapegaaien en wordt hier veel aan hand opfok gedaan. Deze kweker gaf hetzelfde voer als de kweker van gisteren. Na hem bedankt te hebben reden we door naar de volgende kweker vriend van John.
Een enorme grote hond stond ons al op te wachten op de veranda maar bleek toch een allemansvriend.
Deze kweker had zich gespecialiseerd in lori’s, blauwwang rosella’s, en zijn trots was de geelstaart en roodstaart kaketoe. Twee gezellig pratende naaktoog kaketoes vroegen alle aandacht. De vogeltjes uit de vrije natuur pikten een zaadje mee uit de hokken.
Deze kweker had het wel netjes geordend. Zijn vrouw beleefde ook veel plezier aan de hobby en was de plaatselijke secretaresse van de vogelclub.
De kweker die we gisteren hadden ontmoet was er vandaag ook met nog een vogelkenner dus werd er meteen even vergaderd. Vanwege de grote afstanden is er geen maandelijks overleg in de vogelvereniging. Na een lekker biertje of fris te hebben genuttigd hebben we de vergadering maar gelaten voor wat het was.
‘S avonds - volgens mij voor het eerst in mijn leven -  Kangeroe biefstuk gegeten en dit was lekker mals. Even de hersenen uitschakelen en niet denken aan die velen dood op de weg aangevreten door de roofvogels.

De  volgende dag terug naar Cairns. Het weer werd er niet beter op, donkere wolken in de bergen en een regenbui op de voorruit.
John is thuis afgezet. Afgesproken om de laatste avond uit eten te gaan  bij Sizzler. Dat is een restaurant keten waarbij je het vlees betaald en verder zo vaak als je wilt salades en van alles erbij kan halen.Eerst de gebruikelijke verplichtingen op zo’n laatste dag. Auto wassen en inkopen doen in Cairns. Jammer genoeg lijkt het ook traditie dat het de laatste dag regent. Ondanks goede temperatuur doet het dan meteen triest aan, is waarschijnlijk om ons alvast te laten wennen aan ons kikkerlandje.
Cairns heeft een prachtige waterpartij met de oceaan op de achtergrond waar mensen gewoon in kunnen  zwemmen maar met zo’n donkere lucht is het jammer dat dit niet mooi voor de foto is. Cairns is niet een grote stad maar toch goed om je een paar uurtjes te kunnen vermaken.
Tegen de avond kwam John en wilde proberen om de vijgpapegaaitjes te laten zien. Ze zaten niet in de speciale vijgbomen wellicht omdat het inmiddels pijpenstelen regende dus zijn we maar naar Sizzler gegaan.
Na het eten hebben we afscheid genomen van John, zonder hem hadden we absoluut niet de palm kaketoe en edel papegaaien zo kunnen bewonderen. Dank zij hem is mijn wens uitgekomen en kan ik weer terugkijken op een zeer geslaagde en leuke reis door Australie.




Meer foto's zien klik hier                                                         Terug naar begin van het verhaal